Ontstaan van de Biesbosch

Veertig jaar na de Sint Elisabethsvloed van 1421 vaardigde Filips de Goede het zogenaamde Principale Handvest uit dat de aanleg van een dijk mogelijk maakte om het Land van Altena tegen het water te beschermen. Dit Handvest werd in 1465 gevolgd door een oorkonde, waarin het onderhoud van de dijk vanaf Woudrichem via Werkendam “ende alsoo voort over die Koorn aen die Dussen” geregeld werd.
De aanleg van deze enorme dijk, onder Dussen de Kornse en Rommegatse dijk genoemd, moet voor die tijd een gigantisch project geweest zijn, zeker ook gezien het relatief korte tijdsbestek (vier jaar) waarbinnen het gerealiseerd werd. In het noordelijke deel van de dijk kon men deels gebruik maken van oude dijken.

Het deel ten oosten van deze dijk was daarmee weer beschermd tegen het water. Maar ten westen van de dijk, waar veel later o.a. ook de polder de Lepelaar aangelegd zou worden, was het gebied hopeloos verloren gegaan en werden alle sporen van vroegere beschaving door het water uitgewist. Hoe dit gebied er ooit uitgezien heeft weet men niet precies. Er zijn reconstructies gemaakt aan de hand van veel speurwerk en archeologische opgravingen.

Het gebied dat we nu kennen als de Biesbosch is dus na 1421 ontstaan. Dat er slachtoffers zijn geweest is wel haast een feit maar de eerdere berichtgevingen over het aantal en de verdronken dorpen lijken zwaar overdreven.

Maar in de ‘binnenzee’ die later Biesbosch is gaan heten werd ook weer de kost verdiend.
Eerst met visserij want het waren rijke visgronden.


Er was een verschil tussen eb en vloed van zo’n 2 meter. Dit ontstond door opstuwing van rivierwater t.g.v. de eb en vloedwerking op zee. Het rivierwater dat werd aangevoerd viel qua stroming dus telkens stil in de Biesbosch waardoor het door het water meegevoerde sediment kon bezinken. Het gevolg was dat het water ondieper werd en op sommige plaatsen steeds vaker droog viel. Het eerste gewas dat hier zijn intrede deed en gewonnen werd was de Bies waaraan de Biesbosch ook zijn huidige naam ontleent.

Door het steeds verder droogvallen ging men over tot het telen en snijden van riet en weer later het aanleggen van wilgengrienden.

Vissers, rietsnijders, grienduilen en eendenkooikers verdienden hun brood in de Biesbosch. 

Het verlanden  van de Biesbosch is een niet te stoppen proces waardoor wilgengrienden op den duur werden gerooid en geschikt gemaakt voor de landbouw. 

Polder de Lepelaar

Wanneer de wilgengrienden gerooid werden om landbouwgrond te maken worden er ook kades en dijken aangelegd.
Zo rond 1850 moet zo ook polder de Lepelaar zijn ontstaan.

Op de zwart-witte kadastrale kaart hieronder uit ca. 1850 zie je los van elkaar de polders Lepelaar en Dood, omringd door water. De polder de Lepelaar ligt dan ook nog aan groot water.

Later worden die dijken en kades met elkaar verbonden. Op de ingekleurde kadastrale kaart van 1895 vormen de polders Lepelaar en Moordplaat al één geheel. De waterwegen rond de polder zijn dan al heel anders. In een relatief kort tijdsbestek van ca. 45 jaar is er dus veel veranderd.


 

 

Als je de op de kaart van 1895 wat verder inzoomt dan zie je al heel duidelijk de toen nieuwe Zwarte Schuur staan. Gelegen in het oosten van de polder aan een kreek met een loswal. De uitmonding van deze kreek aan de noordzijde op groter water is dan nog heel anders dan tegenwoordig het geval is.

Om te voorzien in goed drinkwater voor grote delen van zuidwest Nederland en met name voor Rotterdam wordt er besloten om vier drinkwaterbekkens aan te leggen in de Biesbosch. Veel boerenland moet daarvoor worden onteigend. De landbouw verdwijnt daardoor al voor een belangrijk deel uit de Brabantse Biesbosch. Het vierde geplande spaarbekken wordt echter niet aangelegd waardoor een aantal polders waaronder de Lepelaar de dans in eerste instantie lijken te ontspringen.

Maar wanneer een nieuwe bijna-watersnood het gebied rond de rivieren bedreigt begint men in te zien dat de rivieren teveel beperkt zijn en meer ruimte moeten krijgen. Zodat er bij hoge waterafvoer op de rivier meer water tijdelijk opgeslagen kan worden en het water bovendien sneller naar zee kan stromen. Het project ‘Ruimte voor de Rivier’ is daarmee geboren en daarvoor worden ook de laatste polders grotendeels ontpolderd, zowel in de Noordwaard als in de Zuidwaard.

Dus kijk je tenslotte naar de kaart hierboven van 2024 dan zie je dat er in ruim een eeuw weer veel veranderd is. De polder de Lepelaar is in 2011 ontpolderd, al is een deel van de oude bedijking nog herkenbaar op de kaart.

Maar de Zwarte Schuur staat na ruim een eeuw nog fier overeind op zijn vertrouwde plaats!

Wie regelmatig door de Biesbosch vaart zal merken dat het gebied nog steeds in ontwikkeling is. Watergangen worden ondieper. Kreken groeien dicht. Kortom, de Biesbosch zal zich blijven ontwikkelen. Benieuwd hoe het er over een aantal jaren uit zal zien.

Maar van de landbouw is nu definitief weinig meer over in het gebied dat wij nu kennen als de Biesbosch. Wat eens een rijk landbouwgebied was is nu een uniek natuurgebied.

Scroll naar boven