Het boerenleven op polder de Lepelaar

De Zwarte Schuur is altijd in bedrijf gebleven tot het moment dat het boerenleven op polder De Lepelaar, door ontpoldering voor het project ‘Ruimte voor de rivier’ ophield te bestaan. Een groep vrijwilligers is gaan protesteren tegen de voorgenomen sloop van de schuur door Staatsbosbeheer. In een mail uit 2012 aan het toenmalige hoofd van SBB, Mascha Brouwer staat onder andere het volgende geschreven als motivatie om de schuur te behouden.

Na de watersnoodramp van 1953 is de schuur gemoderniseerd. De grote houten spanten zorgden voor een open ruimte om met machines te kunnen werken. Dit is de enige nog in takt zijnde oude boerenschuur in de Biesbosch, waar dus alles met een schip aan- en afgevoerd moest worden.
De bewoners waren zelfvoorzienend wat betreft eten en drinken. Ook was er geen elektriciteit.

In de Zwarte Schuur bevindt zich nog de oude indeling van vroeger. De oude koeienstal is nog steeds op dezelfde als zeventig jaar terug aan de westkant van de schuur. Je kunt nog goed zien hoe de koeien gevoerd werden. De voergoot is een soort halve maan, daar werd gemalen bieten of pulp en ook hooi in gedaan voor de dieren. Er konden 15 koeien worden vastgezet aan de nog aanwezige ijzeren ringen.

Achter de koeien is een gemetselde goot, die werd elke dag uitgemest. Dat werd dan naar buiten gereden met een kruiwagen en op de mestkuil gegooid. Er bevinden zich ijzeren ringen achter de koeien in de muur op ongeveer 50 cm hoogte. Daar werd de staart van de koe met een touwtje aan vastgezet. Tijdens het melken (handmatig op een krukje naast de koe) kon de koe dan niet met zijn staart in je gezicht slaan.

De paardenstal.
Eind jaren 50 werd veel met Belgische trekpaarden gewerkt (ook wel knollen of vossen genoemd). Deze stal is nog helemaal in oude staat met de betonnen voerbakken en troggen. Ook is op de voorgrond de betonnen drinkbak te zien,
In die tijd werd met een driespan of meer gereden bij het ploegen en eggen. Na ongeveer 1½ tot 2 uur werden de paarden gewisseld. Door het zware werk met ploegen werden de paarden moe. Door te wisselen konden de dieren dan weer tot rust komen , terwijl het ploegen met een ander driespan toch door kon gaan. De paarden kregen in de rusttijd ook wel een haverzak om. Deze dieren waren de tractoren van toen. Als de paarden buiten werd de stal gebruikt voor de varkens. Deze werden gemest voor eigen gebruik en geslacht in oktober.

Het kafhok.
De graanoogst uit de polder (tarwe, gerst, vlas) werd na het oogsten in de schuur opgeslagen en in de winter kwam dan de dorsmachine met het schip naar de polder. Men begon dan vanaf buiten de dorsmachine op te stellen. Die werd aangedreven door een lange platte riem via een poelie naar een motor en later naar een tractor om als aandrijving te dienen. Het graan werd in zakken naar het schip gedragen.
Het toen nog losse stro dat aan de achterkant uit de dorsmachine kwam werd weer op de lege plek in de schuur opgestapeld, dit om te gebruiken voor de dieren als voer of als strooisel onder koeien en paarden. Het kaf dat van het koren gescheiden werd ging via een pijp naar het kafhok dat tegen de paardenstal aangebouwd was.
Het kaf werd gebruikt om de bedden en hoofdkussens opnieuw te vullen. Dat was dan weer een seizoen zacht en fris. Wat van het kaf overbleef werd ook gebruikt voor strooisel bij paarden en koeien; ook wel bij de kippen. De rest werd als bemesting over het land gestrooid.

De schuur was altijd open om met name de kerkuil binnen te laten. Hierdoor bleef het aantal muizen binnen de perken. Dit om het graan te beschermen en het hooi fris te houden.

Dit is globaal een overzicht van het oude boerenleven in de Biesbosch. Hopelijk dat u en uw collega’s een beeld krijgen van het boerenleven in de Biesbosch en wij dit als gidsen weer verder kunnen vertellen.

Scroll naar boven